MAAN

Deze verbeeldingsrijke roman is niet bepaald het doorsnee verhaal over verliefde pubers. Maan woont met zijn excentrieke moeder Saskia, de weduwe van de rijke koopman Lambert Humalda, in een groot huis aan de rand van het Friese Dantumadiel. Rik is verliefd op de beeldschone Maan, maar raakt in verwarring als deze hem vertelt dat hij eigenlijk een meisje is. Dit is nog maar het begin van een aaneenschakeling van onfortuinlijke avonturen die hen langs treiterige rugbyspelers, adellijke kikkermensen en de onderwereld van Amsterdam voert.  



HET VERHAAL

DEEL 1: HUORREBERN
Maan is mooi, maar knettergek, vindt Rik. Hij vertelt van die wonderlijke verhalen over Louis Donderkop, een baron die half kikker, half mens is. Ook Maan's excentrieke moeder Saskia is niet goed wijs. Toch is Rik tot over zijn oren verliefd op Maan. Hij worstelt met zijn gevoelens. Zeker nadat Maan hem vertelt dat hij eigenlijk een meisje is. Het gaat recht in tegen zijn verlangen om geaccepteerd te worden door zijn omgeving. Hij wil graag bij de stoere jongens van zijn rugbyclub horen, maar hij is een outcast. Na zijn eerste aarzelingen is hij er echter van overtuigd dat Maan en hij voor elkaar bestemd zijn. Dan ontmoet hij oom Cornelis. Deze sympathieke huisvriend van Maan's familie wil met zijn schip, samen met Maan, naar Amsterdam reizen. Daar is een kliniek waar ze 
Maan kunnen helpen een meisje te worden. Rik is vastbesloten om mee te gaan. Oom Cornelis heeft zo zijn eigen motieven om Amsterdam te bezoeken.




DEEL 2: DANTUMADIEL 
Maan en Rik verliezen elkaar voor jaren uit het oog. Als ze midden twintig zijn leiden ze geschieden levens in Amsterdam. Maan is inmiddels een transvrouw en fotomodel. Rik is fotograaf en heeft een relatie met Esther die journaliste is. Maar dat Rik nog steeds in de ban van Maan is blijkt wel als ze elkaar weer ontmoeten bij een interview. Maan neemt Rik en Esther mee in de fascinerende subcultuur van Amsterdam. Een Sodom en Gomorra van exorbitante feesten op geheime locaties. Rik's fascinatie voor Maan ontgaat Esther niet. Er volgen meer verwikkelingen die hen uiteindelijk terug naar Dantumadiel zullen brengen. Daar volgt een dramatische ontknoping.

 Lees het TEKSTFRAGMENT




HET BEGIN
De laagstaande zon scheen in mijn gezicht. Ik knipperde met mijn ogen. Waar was ik? Ik zag een weiland met een sloot. Een doodgewoon weiland met een sloot in het Friese Dantumadiel waar ik met mijn vader woonde. Hoewel, gewoon? Verbeeldde ik het mij, of was het gras groener en het water glanzender dan normaal? Het landschap leek door alles verlaten. Stilgezet als een foto of een schilderij. Het leven leek er uit gezogen. Mooi maar doods. Ik hoorde geen geluid, zag geen leven. Ja toch! Daar, aan de overkant van de sloot zag ik jou staan. Ik vond je bijzonder met  je vlasblonde haar, je bloemetjesblouse en je zwarte ribfluwelen korte broek met bretels. Je bukte om iets op te rapen. Toen je weer overeind  kwam zag je me. Je keek mij aan. Helblauwe ogen doorboorden mijn ziel. Ik was betoverd. Ik moest naar je kijken en wist een tijd niets te zeggen. Zo stonden we tegenover elkaar, aan weerzijden van de sloot. 
“Hoe heet je?”, vroeg ik tenslotte.
“Maan”, zei je plechtig. “En hoe heet jij?”
Ondanks mijn opvallende vuurrode haren vond ik mijzelf plotseling saai en gewoon. Ik was niet mooi, had hele gewone kleren aan en had geen aparte  naam. Ik aarzelde even, maar zei: “Ik heet Rik”. En toen snel: “Wil jij mijn vriend zijn?”
“Dat is goed”, zei je. 







DE ILLUSTRATIE
Drie kunstenaars: CLIFF VAN THILLO (illustrator) en SANDER & SANDOR (fotografie/visagie) werden gevraagd voor de omslagillustratie. Ze hadden elkaar nooit ontmoet en kenden elkaars werk niet. Vanaf de eerste ontmoeting was het echter duidelijk dat ze elkaars wereld begrepen, al was hun stijl nog zo verschillend. Samen creëerden ze met groot enthousiasme en toewijding een prachtige kijkdoos van een sloot, bevolkt door de wonderlijke kikkers van Cliff. Het resultaat siert nu het omslag van MAAN.